DE GELUKKIGE DAG VAN HET GEWONE MANNETJE is bijna persklaar!

Hier een preview van mijn nieuwe project, het kinderboek voor de doelgroep 8 tot 12 jaar.

Het is een amusant verhaaltje , bijna in sprookjesvorm geschreven, over de gelukkige dag van de hoofdpersoon Heppie, die op een dag met het goede been uit bed stapt, en op zijn lange wandeling door zijn dorp veel goede daden verricht, iets wat bijna vanzelf gaat, en uiteindelijk, na een lange dag van avonturen, zijn lieve buurvrouw ten huwelijk vraagt, waarna zij, zoals het in een goed sprookje betaamt, nog lang en gelukkig leven.

Met zelfgemaakte illustraties.

 

VOORWOORD:


VOORWOORD:

Hierbij bied ik u aan het boek: 'De Gelukkige Dag Van Het Gewone Mannetje', dat ik geschreven heb voor de doelgroep van kinderen van ongeveer acht tot tien jaar. Mijn zoon Stefan heeft meegeholpen aan de illustraties met het programma Paint.

Het thema van het boek is eigenlijk hoe de wereld niet altijd ideaal is, maar door met het goede been uit bed stappen, oftewel met het hebben van een positieve instelling, kom je een heel eind, en kun je veel mensen helpen en komt het geluk vanzelf naar je toe.
Dit wordt verteld in de vorm van een lange reis door het dorp waar Heppie, het gewone mannetje woont.

Hij komt achtereenvolgens een visser, een molenaar, de bloemenvrouwtjes, een robot die op hol slaat, een kunstenaar, de voetbalclub, het tegendraadse mannetje, en nog vele andere avonturen tegen.
Soms wordt er misschien een woord gebruikt wat misschien net even een te hoog niveau is voor kinderen, maar dat doet niets af aan het verhaal.
En ook zullen kinderen misschien niet bepaalde thema's herkennen zoals: eenzaamheid, de stress van de moderne maatschappij, het goed omgaan met dieren, het vinden van een levensgezel, maar de ouders des te meer, en zo wordt het boek ook interessant voor de ouderen en de jongeren.

Al met al ben ik blij met het eindresultaat, en daarom bied ik de Van Detschool een tiental exemplaren van mijn boek aan als cadeau.
U kunt ze misschien in uw bibliotheek zetten, of een klein stukje voorlezen in de klas, of meegeven aan de kinderen van de klas van Stefan. Dat laat ik aan u.
Ik denk wel dat het een leuk boekje is voor kinderen èn volwassenen, het heeft iets weg van een sprookje of een parabel.

Met vriendelijke groet, Simon Quist, de vader van Stefan.

Stefan van acht jaar en zijn vader Simon hebben samen dit boekje: 'De Gelukkige Dag Van Het Gewone Mannetje' gemaakt. Stefan maakte op zijn computer de mooie kleurige tekeningen met het programma Paint, en ik maakte de verhaaltjes met mijn blote hoofd.

Het verhaal gaat over het gelukkige mannetje Heppie en zijn chagrijnige kat Felix, wat ook happy betekent, die allerlei avonturen beleeft op zijn wandeling door het dorp, en uiteindelijk durft hij de hand te vragen van zijn leuke buurvrouw en leven ze nog lang en gelukkig. Het gelukkige mannetje stapt op een dag met zijn goede been uit bed, wat betekent dat alles wat je doet goed gaat die dag, en het is buiten ook nog eens een prachtige dag. Daarom gaat hij een hele grote wandeling maken door zijn dorp, en maakt dan allerlei avonturen mee.

Eerst komt hij het leuke buurvrouwtje tegen, dan het vismannetje bij de goudvisvijver, dan krijgt hij melk en een gevulde koek bij het molenmannetje, dan komt hij bij het op hol geslagen robotmannetje, het kunstenaarmannetje, de voetbalmannetjes enz.

Op zijn lange wandeling stopt hij bij de stal van de bloementweeling en koopt een hele grote bos tulpen voor zijn buurvrouw, die hij heel graag mag. Zij vindt de bloemen heel mooi, en wil nu altijd bij het gewone mannetje zijn om voor hem te koken en hem in bad te doen. De chagrijnige poes gaat wonen in het huis van het buurvrouwtje, want chagrijnig en gelukkig past niet bij elkaar, en iedereen moet gewoon zichzelf zijn, dat gaat het beste.

Dus het was echt een hele mooie dag voor het gewone mannetje!
Ik hoop dat jullie dit boek ook leuk vinden, net als wij, toen we het maakten!

Met vriendelijke groet, Simon Kist, de vader van Stefan.

 

HOOFDSTUK 1: MET HET GOEDE BEEN UIT BED

HOOFDSTUK 1: MET HET GOEDE BEEN UIT BED

Heppie werd wakker en stapte met zijn goede been uit zijn bed.
Hij wist meteen dat dit geen gewone dag zou worden, maar een speciale dag, een gelukkige dag.
Hij zette zijn hoed op en maakte lekkere pap klaar voor hemzelf en voor zijn kat.

Nu wil je misschien weten hoe het gelukkige mannetje heet?

Het gewone mannetje zijn naam was: Heppie, dat betekent in het engels: gelukkig.
Zijn vader kwam uit Zuid-Amerika, en heette toevallig Peppy.
Dus eigenlijk heet Heppie Heppie de Peppy. Ja, ik kan het ook niet helpen dat hij zo heet.
En weet je hoe zijn kat heette? Zijn kat heette Felix, dat betekent ook Heppie, maar dan in het latijn.
Maar zijn kat was helemaal niet een heppie kat. Zijn kat was een ongelofelijk chagrijnige kat die de hele dag op de vensterbank lag te slapen, totdat Heppie thuis kwam en hij een blikje met kattenvoer open maakte. Dan kwam hij aangerend en slobberde zijn bakje in één keer leeg. Daarna ging ie weer verder met slapen.
Dus eigenlijk was de kat ook wel gelukkig, hij liet het alleen niet zo blijken.

Heppie ging nu zijn kleren aantrekken. Hij zette zijn mooie grote hoed op en trok zijn grote mooie wandellaarzen aan.
Het was buiten heel lekker weer, dus dat was al een goed begin.
Heppie zei gedag tegen zijn poes Felix en hij ging een wandeling maken naar het park en misschien wel een ijsje kopen.

Want in het park was een hele grote vijver met hele mooie goudvissen en hele mooie eendjes die heel hard kwaakten als hij er aan kwam.
Hij had een beetje brood bij zich en de eenden waren altijd blij om hem te zien en zo was eigenlijk iedereen altijd blij.

Heppie liep door de straat en op de hoek van de straat woonde een hele lieve vrouw waar Heppie eigenlijk altijd een beetje verliefd op was geweest, maar hij wist niet zeker of zij ook op hem verliefd was.
Hij durfde eigenlijk nooit met haar te praten. Hij zegt altijd alleen maar: 'Hallo mevrouw, wat een lekker weertje, hè vandaag?'
En meer niet.
En zodoende bleef Heppie maar dromen, maar dromen zijn eigenlijk soms nog mooier dan de werkelijkheid.

Toen hij voorbij het huis op de hoek kwam was het vrouwtje ook net bezig om naar buiten te gaan.
En ze had ook een mooie hoed op.
Hij wou eigenlijk zeggen:'Wat een mooie hoed,' maar hij zei alleen maar: 'Dag buurvrouw, wat een lekker weertje, hè, vandaag,' en zij lachte heel vriendelijk en lief, maar dat deed ze altijd al. Dus dat was niks bijzonders.
Maar goed, Heppie kon niet altijd blijven dromen, want hij moest ook nog boodschappen gaan halen voor zijn poes en voor hemzelf en ook brood voor de eendjes in het park.

Dus hij ging naar de winkel en deed een heleboel lekkere dingen in zijn mandje.
Want het gewone mannetje hield van lekkere dingen. Wie houdt er niet van lekkere dingen? Eigenlijk houdt iedereen van lekkere dingen. Waarom zou je eigenlijk vieze dingen kopen als er ook lekkere dingen zijn?

Heppie had alles gekocht.
Hij had brood gekocht.
Hij had mandarijntjes gekocht.
Hij had ook nog blikjes voeding gekocht voor de poes en ook brood voor de eendjes en voor hemzelf.
En hagelslag en ook nog een beetje melk.
Melk is goed voor je tanden en ook is het goed voor je botten en daarom worden koeien nooit ziek. Hebben jullie wel eens een koe in het ziekenhuis zien liggen?
Nee? Nou, zie je wel?

Het gewone mannetje was nu klaar met boodschappen doen. Hij maakte een hele grote wandeling vandaag, want het was zo'n heerlijk weer en Heppie had vandaag een hele goede bui en hij wilde vandaag de hele wereld omhelzen.
Hij ging naar de vijver in het grote stadspark.
Het was daar zo mooi en zo stil en de bloemetjes roken zo heerlijk naar bloemetjes en overal zaten de vogeltjes in de bomen te fluiten alsof het vandaag precies 1 mei was.
En het was vandaag ook precies 1 mei, dus dan beginnen alle vogeltjes te fluiten of ze het weten dat het 1 mei is vandaag.

Op die dag gaan ze beginnen met nestjes bouwen, wat voor hen hun huis is, en dan gaan ze eieren leggen, en dan komen daar kleine vogeltjes uit na een paar weken.
En na een maand of zo, zijn de kleintjes al groot en dan hebben we er weer een heleboel nieuwe vogeltjes bij op de wereld.
Dat is de natuur en die gaat altijd maar door.

EEN HELE GROTE VANGST
Opeens zag Heppie een stoeltje staan, vlak aan de rand van de vijver.
Hij was een beetje moe van al het lopen en ook het gesjouw met de zware tas met boodschappen, dus hij dacht:'Ik ga even zitten, hoor. ik moet eventjes zitten want mijn voeten doen een beetje pijn.'
Dus Heppie ging met zijn achterwerk in de stoel zitten en de stoel paste precies. Het was een heel lekker zittend stoeltje wat hij gevonden had.

De stoel was rood met witte stippen en ook stond er nog een emmertje naast de stoel. Heppie was heel nieuwsgierig, hij keek in de emmer en Oei!. Wat zat er in de emmer?
Wat hij zag was een krioelende, slijmerige, ongelooflijke hoeveelheid beestjes.
Het waren levende wormen. Ja, ze bewogen. Nou, Heppie werd een beetje misselijk toen hij er naar keek. Maar toch wou hij nog een keertje het van dichtbij bekijken.
De wormen waren roze en rood en paars en ook hadden ze soms helemaal geen hoofd.

Ja, of weet jij soms of het hoofd van een worm aan de voorkant of aan de achterkant zit?
Heppie wist alleen dat zijn hoofd bovenop zat, en daarop weer had hij een hoed.
Dus dat was duidelijk, maar wormen hebben geen hoofd en ook geen hoed nodig, want wormen leven in de grond in het donker, dus waarom ze nu allemaal in deze emmer waren, dat wist Heppie ook niet.

'Waarom zit jij op mijn stoeltje!,' hoorde hij opeens achter zich, en hij schrok zich een hoedje.
Daar stond achter hem iemand gekleed in een geel regenpak met grote kaplaarzen.
Hij ook een hoed, een zogenaamde vissershoed.

Het was een visser, hij had de wormen uit de grond geraapt, want dat is namelijk nodig als je gaat vissen, daar heb je wormen voor nodig, en dat is heel gemeen en zielig voor de wormen.
Hij had ook een hengel, en hij had aan de hengel een lijntje, en aan het draadje zat op het eind een haakje dat heel scherp eruit zag.
En toen pakte hij zomaar een worm uit het emmertje die nog leefde en kronkelde en met zijn vingers deed hij hem zo op het haakje prikken en de worm leefde gewoon nog verder.
'Hé, je doet de worm pijn!,' zei Heppie geschrokken.
'Wormen voelen geen pijn,' zei het vismannetje.

'Wormen hebben ook pijn, alles wat leeft heeft pijn,' zei Heppie een beetje boos.
'Alles wat leeft heeft gevoel, wormen leven ook.'
'Alles wat voelt, leeft en alles wat leeft dat voelt.'
'Nou, ik hoor hem anders niet huilen,' zei het vismannetje en hij gooide met een zwaai met zijn hengel de vislijn met het wormpje eraan heel ver weg in de vijver.

WE HEBBEN BEET!
'Plons!,' hoorde Heppie en het haakje met de worm verdween onder het wateroppervlak, maar boven bleef nog een dobber drijven.
Een dobber is een soort kurk die op het water drijft en hij heeft ook een kleur: soms geel of rood of oranje.
Als er een vis gaat eten aan de worm, dan gaat de dobber bewegen en dan weet je dat er een vis bij jouw hengel is.

Samen gingen ze kijken naar de dobber.
'Mag ik in jouw stoel blijven zitten?' vroeg Heppie aan het vismannetje.
Maar hij vond zijn nieuwe vriend wel een beetje ruw en ook moest hij meer rekening houden met het gevoel van alles wat leeft.

'Ja, dat is goed,' zei het vismannetje,'je mag van mij wel in mijn stoeltje bijven zitten, hoor.'
'Hier heeft u een glaasje melk. Wilt u een beetje melk van mij?' vroeg Heppie.
'Ja, lekker,' en hij nam een slokje van de melk en hij kreeg er ook nog een mandarijntje bij.

Daar begon opeens de dobber te dobberen.
'Zie je het?,' wees het vismannetje opgewonden naar het water.
'Dit betekent maar één ding, we hebben een vis gevangen,' zei het vismannetje.
En hij begon heel voorzichtig de lijn naar binnen te draaien met een molentje dat de lijn opdraaide. Heel voorzichtig begon hij de lijn te vieren en dan weer naar zich toe te halen.
Ja, vieren en inhalen, het vismannetje legde alles uit:'Je moet een beetje vieren en een beetje trekken zodat de vis moe wordt van zichzelf.'

'Oh, dat wist ik niet.'
'Ja,' zei het vismannetje,' en zo werkt het soms ook met mensen. Je moet een beetje vieren en een beetje trekken, en uiteindelijk komen ze dan naar jou toe.'
'Zou dat ook zo werken bij mijn leuke buurvrouw?' dacht het gewone mannetje plotseling uit het niets.

Ja! Ze zagen al iets zilverkleurige spartelen en de vis was heel dichtbij nu.
Het vismannetje pakte nu een hele lange stok met een net eraan en deed het vangnet voorzichtig onder de spartelende vis, die nu heel dichtbij in het riet zichtbaar was en de strijd niet op wou geven, hij bleef maar wild in het rond spartelen.
Zelfs toen hij boven water was en in de lucht moest ademen en niet meer in zijn element was.

Heel voorzichtig legde het vismannetje zijn net op het gras en zei: 'Kijk, wat een grote, kijk wat een grote vis wij gevangen hebben!'
Ja, het was inderdaad een hele grote vis en hij schitterde heel mooi in de zon.
Bezorgd vroeg Heppie nu: 'Wat ga je nu met deze vis doen?'
'Ja, ik ga nu snel een foto maken om dit later te laten zien aan mijn vrienden,' zei het vismannetje.
'Ja, en wat dan? U gaat hem toch niet opeten? Ik koop zelf altijd gewoon vis bij de viskraam op de markt.'
'Nee hoor, maak je maar geen zorgen over de vis, ik ga hem gewoon weer terug vrijlaten in het water, hoor.'

Dus hij pakte met zijn handen voorzichtig de glibberige vis vast, maar de vis was heel glad en toen deed het vismannetje hem gewoon weer in het net, en heel voorzichtig liet hij het net in het water van de vijver zakken.

De vis was helemaal moe en bleef gewoon daar maar een beetje uitpuffen, maar na een poosje merkte de vis dat hij weer in de vijver was en zwom heel verontwaardigd en een beetje in de war weer terug naar het midden van de vijver.

'Zo,' zei het vismannetje,'hij is weer thuis.'
'Nu heeft hij een heel spannend verhaal te vertellen aan zijn vrouw en aan zijn vrienden.
'Nou ja, ik weet niet of vissen ook vrienden hebben, maar ik ben blij dat je in ieder geval hem weer terug in zijn wereld hebt gezet. Ik zou niet graag in zijn schoenen willen staan.'
'Haha, vissen hebben helemaal geen schoenen,' zei het vismannetje,'jij hebt er helemaal geen verstand van!'

'Nou, ik heb maar van één ding verstand, en dat is dat ik vandaag het gevoel heb dat alles gewoon mee zit en dat alles goed komt.'
'En je ziet het, je hebt nog nooit zo'n grote vis gevangen, dat zeg je zelf. 'Misschien breng ik wel geluk met mij mee!'
'Wat jij zegt dat is helemaal niet waar,' zei het vismannetje.
'Geluk moet je afdwingen. Het komt niet door jou dat ik zo'n mooie vis heb gevangen, hoor!'
'Ja, ik weet het ook niet zeker, maar in ieder geval: ik zit hier naast u, en u vangt meteen de grootste vis die u ooit gevangen hebt in uw hele leven.'
'Maar het maakt niet uit, een vis is een vis en het gaat zoals het is,' zei Heppie dan maar.
Hij wilde vandaag geen ruzie maken met iemand, en zeker niet over wie het beste is, want het was heel de dag zijn gelukkige dag, dus dan heb je helemaal geen tijd voor ruzie.
Ruzie komt alleen maar omdat mensen elkaar niet goed begrijpen of te trots zijn om aardig te zijn tegen elkaar.

'Ik heet trouwens Heppie,' zei hij tegen zijn nieuwe maatje.
'Ik heet Botje.'
'Wat een vreemde naam!' zei Heppie.
'Ja, ik heet Botje en mijn vader heet Brekebeen, dus ik heet dus helemaal volledig: Botje Brekebeen.'
'Oké, nou, ik zie je nog, Botje, ik ga weer verder wandelen door de stad en bedankt dat ik even in je stoeltje mocht zitten.'
'Is goed hoor,' zei Botje,'goede reis, Heppie. Ik ga weer verder met vissen.'
'Misschien ga je nog heel veel meer vis vangen vandaag!'
'We zien elkaar misschien nog een andere keer, dag vismannetje.'

'Oh, ik ben nog vergeten om mijn brood aan de eendjes te geven,' zei het gewone mannetje.
Dus hij pakte de korsten brood, die hij bij zich had. Hij gooide stukjes naar de eenden die al heel de tijd aan het wachten waren.
Ze waren zo blij dat ze gewoon uit het water naar hem toe kwamen.
Het was een drukte van vanjewelste.

De eendjes waren ook heel mooi vandaag. De zon scheen op hun veren en ze hadden groene, paarse en zwarte veertjes die zo mooi in de zon schitterden en ze hadden hele rode pootjes waarmee ze waggelden als ze liepen.
Ze hadden een klein staartje waarmee ze de hele tijd kwispelen, alsof het puppy's waren. Puppies zijn soort babyhondjes, die nog maar één maand oud zijn.
Ja, het waren leuke dieren.

Het gewone mannetje had al zijn brood nu aan de eendjes gegeven, die nog steeds honger bleven houden.
Hij ging in de richting van de de molen lopen, want daar kreeg hij altijd een heerlijk glaasje melk van de molenaar met een gevulde koek erbij.

Het molenaarmannetje wilde graag altijd praten, want hij was een beetje eenzaam op zijn grote molen, die heel de dag rond draaide in de wind: 'zoef, zoef, zoef, zoef enz.'

Een molen is eigenlijk een soort ouderwetse machine die gratis werkt.
En van binnen zitten er allemaal tandwielen en onderaan doet het molenaarmannetje graan erin en dan wordt het graan fijngemalen tot meel.
En van dat meel bakken ze dan brood en koeken, dat doet de bakker. Dus de bakker en de molenaar konden niet buiten elkaar.
Ha! Dat rijmt, nou, dan is het zeker waar!

Dus op die manier is een molenaar heel belangrijk voor de wereld.
Iedereen is belangrijk, iedereen moet de ander helpen.
En de ander helpt jou dan weer, en zo blijft de wereld ronddraaien, net als de molen in de wind.

In het volgende hoofdstuk gaan we kijken wat er allemaal gebeurt met het gewone mannetje bij de molen.
Dus ik zie je morgen weer voor weer een nieuw hoofdstuk.
Dag lieve kinderen!

HOOFDSTUK 2: BIJ DE MOLEN

HOOFDSTUK 2: BIJ DE MOLEN

Het gewone mannetje begon in de richting van de molen lopen. Hij zag in de verte de molen al op een heuvel staan. Want molens worden vaak op een heuvel gebouwd, zodat ze altijd op de wind staan, en altijd kunnen draaien. Het was niet zo ver, Heppie kwam al snel bij de molen aan. Daar zag hij het molenmannetje ook al staan. Het molenmannetje zwaaide naar hem, hij was zoooo blij, om eindelijk weer iemand te zien. Hij was zoooo blij om eindelijk iemand te hebben die bij hem op visite kwam.

EEN DAG VRIJ OMDAT ER GEEN WIND STAAT
'Waarom ben je niet in de molen bezig met  het malen van het graan?' vroeg het gewone mannetje aan hem. 'Ja, dat komt omdat er vandaag heel weinig wind staat, dus de wieken van de molen willen niet draaien vandaag.' 'En dan zeg ik altijd maar, ik heb vandaag een dag vakantie,' zei het molenmannetje, als een grapje. 'Maar als ik vakantie heb, dan verveel ik me altijd, en daarom ben ik maar in mijn kleine moestuint bezig gegaan vandaag.' 'Ik heb hier bloemkolen, wortels, uien en ook sla.' 'Dat is heerlijk om een salade van te maken. Wil je straks met mij mee eten?' 'Ja, ik heb wel honger gekregen van het lopen,' zei het gewone mannetje. 'Oké, goed, kom, we gaan even naar de molen toe want het is zo warm buiten in de zon.'

ZO WORDT HET GRAAN GEMALEN
Dus het gewone mannetje en het molenmannetje liepen samen naar de molen toe. Het was binnen in de molen heel donker en ook heerlijk koel. Er waren niet zoveel ramen. Alles zat onder het stof en meel. Het rook naar hout en graan. 'Heb je wel eens gezien hoe een molen werkt?' zei het molenmannetje. 'Nee, niet precies.' 'Het is heel makkelijk eigenlijk: als de wieken draaien, beginnen binnen in de molen alle tandwielen ook te draaien, en uiteindelijk gaat beneden heel langzaam een hele grote blauwe steen ook langzaam draaien.
En dan laat ik heel voorzichtig de tarwekorrels er op   vallen, en omdat het een heel zware steen is, en de onderste steen stil blijft staan, wordt het graan fijngemalen tot poeder en komt het er aan de zijkant uit.' 'En dan vang ik alles op in zakken, en die weeg ik dan tot ze precies twintig kilo wegen, en dan zet ik de zakken op een grote stapel tot alles klaar is.' 'Ik ben soms wel heel de dag bezig van 's ochtends tot 's avonds.' 'Die zakken zijn zeker wel zwaar?' 'Ja, die zijn heel zwaar, maar ik heb daar een apparaat voor die alles optilt, dat gebeurt ook met de kracht van de wind.' 'Als ik aan deze hendel trek bijvoorbeeld, gaat die andere hendel daar weer omhoog. Het is eigenlijk wel een beetje ingewikkeld als je het nog nooit gedaan hebt.'

HEEL VEEL POEZEN WONEN IN DE MOLEN
'Wat zijn er hier veel poezen in de molen,' zei Heppie, toen er overal opeens uit allerlei hoeken en gaten poezen naar hen toe kwamen. 'Ja, dat klopt, ik heb heel veel katten,' zei het molenmannetje. 'En en ze zijn allemaal familie van elkaar, zusjes en broertjes en zelfs hun moeder woont ook nog hier. Het is één grote familie.' 'Ik heb vier katten, ik weet ook hoe ze allemaal heten, kijk maar: dat is Mieke, dat is Moeke, dit is Maaike en daar boven op die balk zit Keesie naar ons te kijken.' 'Haha, Keesie is zeker een jongetje?' lachte het gewone mannetje. 'Ja, dat klopt, ze wonen hier al heel lang. Ze zijn hier in de molen geboren, dus de molen is voor hen thuis, net als voor mij.' 'Ze slapen allemaal op de lege meelzakken en dat vinden ze heerlijk, want dat is heerlijk warm en zacht.'

'Ik heb zoveel katten, omdat ze moeten zorgen dat er geen muizen zijn,' zei het molenmannetje. 'Want muizen houden van graan en ze knabbelen overal gaatjes in. En dan loopt het graan uit de zakken, en het is ook vies. Maar als de muizen de katten zien, durven ze niet in de buurt te komen, dat is al genoeg.' 'Maar soms is er wel eens een muis die toch in de molen durft te komen, misschien omdat hij heel veel honger heeft, of gewoon nieuwsgierig is, en dan worden ze gevangen door één van mijn katten. Maar meestal moet ik de poezen gewoon melk en brokjes geven om te eten.

'Ik heb ook een kat thuis, die heet Felix en die doet helemaal niks, behalve slapen,' zei Heppie. 'Ja, dat doen mijn katten ook de hele   dag, maar in ieder geval zorgen dat ze dat ik geen last van muizen heb,' zei het molenaarmannetje.  'Het is wel jammer dat ik zelf geen familie heb. Ik ben soms wel alleen op mijn molen, vooral als het donker is en het alsmaar regent,' zei de molenaar een beetje zacht. 'Maar gelukkig kan ik dan met mijn katten praten.' 'Maar  ik ben er wel aan gewend, zo langzamerhand. Maar als ik getrouwd zou zijn met een lieve vrouw, dan kon ze misschien lekker voor ons samen koken en ook konden we dan gezellig samen buiten zitten op het bankje als het werk klaar is.'
'Eigenlijk moet jij een molenvrouwtje hebben,' zei Heppie lachend. 'Ja, een molenvrouwtje met een eigen molen zou perfect zijn.' 'Misschien moet ik eens een keer heel goed gaan zoeken en kijken of er ergens nog een molenvrouwtje voor mij is!'

En ze moesten allebei heel hard lachen. Want molenaarsvrouwtjes met een eigen molen zijn dun gezaaid, dat weet iedereen.

LEKKER SAMEN SMULLEN
'Zo, ik heb dus vandaag een vrije dag,' zei het molenmannetje,'dus ik heb alle tijd om gezellig met jou te eten en te praten.' 'Hier heb ik de uien, de sla en ook wat mooie oranje worteltjes. Eerst ga ik alles goed schoonspoelen met water, dan ga ik het fijn snijden en dan ga ik een heerlijke salade maken met aardappelen en gebakken spekjes erdoor en ook mayonaise.' 'Ja, mayonaise, dat is het geheim van de echte kok, dat maakt alles extra lekker,'  zei Heppie. 'Maar waarom bestaan er wel aardappelen, maar geen aardperen? Het lijkt me leuk om ook eens een keer aardperen te eten.' Heppie vond het zelf wel een goede grap.  'Wil jij koffie? Want dan ga ik het even zetten voor ons.'

Toen het molenmannetje koffie had gemaakt, gingen hij en Heppie op het bankje voor de molen zitten, de molenwieken stonden stil, dus er was ook geen zoef-zoef-zoef geluid te horen, zodat ze lekker rustig konden praten. Want de wieken kunnen heel hard draaien als er veel wind staat, en het gaat gepaard met een heleboel gepiep en geknars, want de hele grote tandwielen draaien dan in het rond en kunnen op die manier hun energie kwijt, van de wind tot aan de werkvloer.

HEEL VER KUNNEN WE KIJKEN
'Zullen we straks naar boven gaan als we gegeten hebben?' 'Als ik naar boven moet dan moet ik allemaal hele kleine trapjes    opklimmen en die zijn heel steil.' 'Het is best wel gevaarlijk als je dat niet gewend bent, maar als je wilt, laat ik je alle ins en outs van de molen zien.'  'Ja, dat is goed,' zei het gewone mannetje, en ze begonnen lekker te smullen van de salade met spekjes en aardappelen met veel mayonaise. Daarna klommen ze naar boven naar de eerste verdieping. Je kon daar heel ver kijken, je zag de rivier en ook een andere molen in de verte.  'Misschien woont daar wel een leuk molenvrouwtje voor jou,' zei Heppie. 'Nee, dat kan niet, dat is de molen van mijn broer.

We hebben allebei een eigen molen gekregen van mijn vader.' 'Oh, dat wist ik niet,' zei Heppie. Ik dacht dat daar misschien een molenvrouwtje zou wonen die goed bij jou zou passen.'  Het was al een beetje laat en Heppie wou ook nog op bezoek bij het oude mannetje met de grote garage aan de andere kant van de stad. 'Kom je gauw weer op bezoek?' vroeg het molenmannetje.

'Jawel, ik kom volgende week weer,' beloofde Heppie 'Oké, hier, wil je een gevulde koek voor onderweg,' vroeg het molenmannetje. 'Ja, dankjewel,' en hij kreeg een heerlijke verse gevulde koek en de poezen keken heel belangstellend naar zijn hand met de gevulde koek.  Ze kregen ook een klein stukje  koek en ook spekjes die over waren van de salade. Ja, zo zie je maar, poezen zijn heel lief, maar ook slim, speciaal als je iets lekkers in je hand hebt.

Heppie zwaaide nog één keer achterom, en het molenmannetje zwaaide hem vrolijk   terug. Hij keek hem na, hoe het gewone mannetje over de houten brug aan de voorkant van de molen liep in de richting van het automannetje met de grote garage.

 

HOOFDSTUK 3: EEN LOS DRAADJE

HOOFDSTUK 3: EEN LOS DRAADJE

Het gewone mannetje ging weer op pad.
Hij hoorde een hoop gepiep en gekraak in de verte.
Wat was daar aan de hand?
Hij zag een robot die overal tegen auto's op liep en grote krassen maakte, ook stonden een heleboel mensen druk te gebaren en proberen hem tegen te houden en met hem in gesprek te gaan, maar het mocht niet baten, het robotmannetje luisterde blijkbaar nergens meer naar.

Het onhandige monster botste tegen de deur en hij botste tegen de auto's en hij maakte heel veel lawaai en alle lampjes op zijn hoofd knipperden heel snel en onregelmatig.
Hij was gewoon overstuur en luisterde niet naar simpele commando's zoals vroeger, toen hij nog niet defect was.
Maar de monteur die hem gemaakt had was nu in een andere stad en niemand kon de defecte robot nu tegenhouden.

Het robotmannetje was gemaakt van oude onderdelen van auto's, koffiezetapparaten, en blikken waar melkpoeder in had gezeten, en ook oude achterlichtjes van fietsen.
Maar zijn inwendige hersenen waren gemaakt van oude computers, hij was eigenlijk helemaal een tweedehands mannetje.

Misschien dat hij daarom niet altijd helemaal deed wat je van hem verwachte.
Soms liep hij naar links als je zei: naar rechts! En soms liep hij rechtdoor als je zei: stop!
En dat deed hij vandaag, hij kon maar niet stil gezet worden.
De robot liep maar door en liep maar door.
Het gewone mannetje zei:'Lief robotmannetje, ken je me nog van vroeger? Weet je nog, we hebben samen nog gezocht naar een mooi achterlicht voor op je rug zodat je in het donker ook gezien wordt als je' s avonds een blokje om doet met de robothond.'

Maar de robot ging gewoon onaangedaan verder met zijn destructieve sloopwerk.
Hij zei:
'Ik moet alsmaar rechtdoor, piep-piep-piep-tuuuuuut!'
'Ik moet alsmaar rechtdoor, piep-piep-piep-tuuuuuut!'
'Ik moet alsmaar rechtdoor, piep-piep-piep-tuuuuuut!'
'Ik moet alsmaar rechtdoor, piep-piep-piep-tuuuuuut!'
'Ik moet.......'

'Nee!' zei het gewone mannetje.
'Robot!, Stop!, Kijk me aan!, Ik ben je vriend, ken je me nog?' riep het gewone mannetje naar de op hol geslagen robot.
De robot hield even op met alles opzij te schuiven met zijn metalen lichaam, omdat hij alleen maar rechtdoor wou lopen en niet om dingen heen, zoals een normaal mens.

'Hoeveel is 1 + 1 ?' Vroeg Heppie aan de robot, nu hij even de aandacht had.
1 + 1 ='piep-piep-pooop-piep piep,' zei de robot.
2 + 2 ='piep-piep-pooop-piep piep,' zei de robot.
3 + 3 ='piep-piep-pooop-piep piep,' zei de robot.
4 + 4 ='piep-piep-pooop-piep piep,' zei de robot.
5 + 5 ='piep-piep-pooop-piep piep,' zei de robot.

'Oké, ik zie het al,' zei het gewone mannetje. Er is iets grondig mis met jou. Er zit een fout in je systeem. Je moet nodig een nieuwe update krijgen, er zit gewoon een fout in het programma, dat verklaart je rare gedrag. Maar ik denk dat het nog te maken is, als je eventjes maar meewerkt, is dat goed? Je hoeft alleen maar te knipperen met je knipperlicht.

En de robot knipperde drie keer achter elkaar met het lampje op zijn neus, wat betekende dat hij het ermee eens was en alles goed begrepen had.
'Luister even, we kunnen het beste de stekker uit het stopcontact halen zodat je even kunt afkoelen. Is dat goed?'
'Ik wil niet afkoelen!
Ik wil niet afkoelen!
Ik wil niet afkoelen!,' Zei het robotmannetje met een krakende robot-stem, terwijl hij nog steeds overal tegenaan botste en alles kapot maakte.
Zijn ogen knipperden in een rode kleur en begonnen ook steeds sneller te knipperen, alsof er iets op knappen stond.
'Ja, maar zo gaat alles kapot, je bent een gevaar voor jezelf en je omgeving!' zei Heppie.

Maar gelukkig trok iemand de stekker er net op dat moment uit.
Het robotmannetje bleef plotseling stokstijf stilstaan.


Heppie maakte met een schroevendraaier zijn rug open aan de achterkant, en daar vond hij gelijk al de oorzaak van alle problemen, en zat een geel/groen draadje los, en als je het aanraakte, knetterde het van de vonken.

'Aha, ik zie het al,' riep Heppie, 'je bent gewoon niet goed geaard! Er is gewoon een draadje los bij jou, dat is alles.'

Heppie probeerde zo goed en zo kwaad het ging het draadje weer op zijn plaats te monteren en hij had daarvoor een schroefje nodig wat heel klein was.
Het schroefje haalde hij uit de wenkbrauw van de robot dus zijn wenkbrauw begon nu een beetje scheef te hangen, maar het was niet zo erg.
Je uiterlijk is niet zo heel belangrijk; als je innerlijk maar goed is, dat is pas echt belangrijk.
Het schroefje paste precies en het draadje maakte goed contact. Het was een groengeel draadje van de aarde.

Je moet namelijk altijd goed geaard zijn.
Je moet met je voeten stevig op de grond staan, want dat is vaak de oorzaak van veel problemen als je dat niet doet.
Daarom zijn ook heel veel machines in jouw huis geaard, dat wilt zeggen: ze zijn verbonden met iets wat naar de grond toe gaat.
Als er kortsluiting is kan op die manier de spanning een uitweg vinden, zonder dat er brand ontstaat: het is een soort beveiliging.

'Nou,' zei Heppie het gewone mannetje,'doe de stekker er weer maar in, hoor.'
En jawel, het robotmannetje deed zijn ogen open en zei:

'Hallo Heppie, leuk je te zien!
Hallo Heppie, leuk je te zien!
Hallo Heppie, leuk je te zien!
Hallo Heppie, leuk je te zien!
Hallo Heppie, leuk je te zien!
Hallo Heppie, leuk je te zien!
Hallo Heppie, leuk je te zien!
Hallo Heppie, leuk je te zien!
Hallo Heppie, leuk je te zien!
Hallo Heppie, leuk je te zien!'

'Ja, dat heb je nu al tien keer gezegd, ik vind het ook leuk om jou te zien, hoor! Gelukkig ben je weer helemaal je oude zelf en is er niet een hele kortsluiting ontstaan bij jou.'
We praten nergens meer over wat je gedaan hebt, jij kon er ook niets aan doen dat je kapot was van binnen.
'De verzekering dekt de schade wel. Het is gewoon een ongeluk.'
'Ja, een ongeluk zit in een klein hoekje,' zei de robot.
'Inderdaad, een ongeluk zit in een klein hoekje,' zei Heppie.
'Het was alleen maar een los draadje eigenlijk, dat was alles.'

Heppie had vandaag weer een goede daad verricht. het bleef maar doorgaan met goede daden verrichten, er kwam geen eind aan. en dat kwam allemaal omdat Heppie vanochtend met zijn goede been uit bed gestapt was.
Je merkt nu hoe belangrijk het is om met je goede been uit bed stappen.
Want dan gaat alles goed.

Hij had zijn lieve buurvrouw, die hij anders niet vaak zag, gezien en gesproken.
Heppie had een hele grote vis gevangen vandaag uit de vijver in het park.
Hij had het molenaarmannetje heel blij gemaakt door bij hem op bezoek te gaan.
En nu had hij ook de robot weer beter gemaakt, die helemaal op hol geslagen was.
Je weet wat er gebeurd met op hol geslagen robots: die worden voor altijd van het grote internet gehaald en dan gesloopt voor de onderdelen die het nog wel doen en ook het koper en zilver en dan worden ze gerecycled tot blikken boontjes en blikjes sardientjes en er worden ook stuivers en dubbeltjes van gemaakt. Of educatief speelgoed met goede bedoelingen.

In ieder geval, ook hier had het gewone mannetje weer geluk gebracht in de wereld en een goede daad verricht en verder leed voorkomen, dus Heppie ging weer op pad naar een nieuw avontuur.

Deze keer ging hij op bezoek bij het bloemenmannetje, want Heppie wilde zijn buurvrouw verrassen met een mooie bos tulpen, tulpen uit Amsterdam. Ja, dat is een heel oud liedje uit 1950 of uit 1935, ik weet het niet zo gauw uit mijn hoofd.
Heppie moest zich dan wel haasten, omdat de bloemenwinkel om vijf uur dicht ging.

Goed, ik ga nu er een punt achter zetten.
Tot volgende keer, lieve kinderen.

 

HOOFDSTUK 4: HEPPIE KOOPT BLOEMEN

HOOFDSTUK 4: HEPPIE KOOPT BLOEMEN

Heppie was het bijna vergeten, maar hij moest nog bloemen kopen voor zijn lieve buurvrouw, die hem altijd zo vriendelijk groette, als hij lang haar huisje liep.
Hij had natuurlijk ook paardenbloemen, margrieten en klaprozen kunnen plukken in het park, maar dan krijg je nooit een mooie strik eromheen en een mooie plastic verpakking. Dus daarom ging Heppie naar het bloemenkraampje op het kerkplein.

Daar zag hij het bloemenkraampje al staan.
Er stonden emmers vol met roze dahlia's en andere felgekleurde bloemen. Er waren ook boeketten die al samengesteld waren, zodat het in de smaak zou vallen van je geliefden.

De bloemenkraam werd al jarenlang gerund door een tweeling. De tweeling bestond uit twee zusters, de ene heette Neon, en de andere heette Pastel. Neon en Pastel waren twee zusjes, en hoewel ze precies hetzelfde eruit zagen, was hun karakter toch heel verschillend.
Neon was uitgesproken extravert, dat betekent dat zij graag met mensen praatte, grapjes maakte en gewoon graag met mensen wilde zijn.
Pastel was een beetje teruggetrokken en introvert, dat is iemand die heel verlegen is en je niet in de ogen durft te kijken. Daarom deed Pastel de boekhouding maar, en ook het ophalen van de verse bloemen 's ochtends vroeg op de bloemenveiling. Zij zocht altijd de mooiste bloemen uit, en bracht ze dan met een klein vrachtautootje naar de bloemenkraam, waar Neon al een heleboel emmers had klaar gezet met water.

Neon was beter in het gezellig praten met de klanten, dus de twee zusjes vulden elkaar perfect aan op deze manier. En zo waren ze allebei gelukkig.

Heppie bekeek de uitgestelde emmers met bloemen van een afstandje en hij had zijn keus eigenlijk al gemaakt. Hij wilde ongeveer tien Euro besteden maar niet meer dan dat.

Het gewone mannetje had de keus laten vallen op een boeket tulpen die in de kleuren van de Nederlandse vlag waren: rood, wit en blauw.
Blauwe tulpen bestaan die echt? Nee, maar in een verhaal kan alles, dat weten jullie toch?

Dus het het gewone mannetje wees de bos tulpen aan en vroeg aan Neon: 'Deze bos, hoeveel kost die?' 'Deze? Dat is precies €9,95, meneer.' 'Ja oké, doet u deze dan maar inpakken, het is een cadeautje,' zei Heppie en hij gaf de bos aan mevrouw Neon om hem mooi in te laten pakken.

Neon verpakte de prachtige bos bloemen en wikkelde het in mooi glimmend cellofaan. 'Moet er nog een naamkaartje bij of iets speciaals?
'Ja, zei Heppie,' schrijft u maar op het kaartje: deze tulpen zijn voor jou omdat je bent een leuke vrouw.
'Haha,' zei Neon, 'dat rijmt!'
'Ja,' zei Heppie, 'en het klopt ook nog.'
'Volgens mij bent u een beetje verliefd,' zei Neon met een knipoog.

Ondertussen was Pastel heel ijverig bezig bezig om emmers met water te vullen, en zij moest ook lachen om de opmerkingen van Heppie haar vrolijke zusje.

Heppie nam het grote boeket in ontvangst en rook er eens aan, maar zoals je weet: tulpen ruiken niet zo veel, dan moet je eigenlijk andere bloemen hebben, zoals fresia's of misschien rozen.
In ieder geval, Heppie was tevreden met zijn aankoop en hij hoopte dat zijn buurvrouw het ook een leuk cadeautje zou vinden.
Want het valt niet mee om het juiste cadeautje te vinden soms.

OLIEBOLLEN IN AUGUSTUS?
Nu hij de bloemen in zijn hand had, kreeg Heppie opeens een rammelende maag.
En weet je waar hij zin in had? Opeens kreeg hij een ongelofelijke trek in...oliebollen!
Uit de verte vanuit een andere kraam kwam een heerlijke geur van oliebollen.

Oliebollen midden in de zomer dat kan toch niet? Nou, het kon wel, deze oliebollen waren gewoon ook midden in de zomer lekker, hoor.

Heppie kocht vier oliebollen en toen hij de papieren zak opendeed verspreide de heerlijke geur van oliebollen zich overal in het rond.

Er kwamen duiven aan gefladderd die hem belangstellend aankeken, hun kopjes gingen op en neer, en ze keken Heppie aan alsof ze wilden zeggen: nou begin je nog met eten of moeten wij nog langer wachten? Wij rammelen namelijk ook van de honger!

Dus Heppie nam een forse hap van de oliebol en eigenlijk vond hij het niet zo lekker. Jullie hadden toch gelijk, in augustus moet je geen oliebollen eten, dat is gewoon niet lekker.
In augustus kun je beter ijsjes eten, of misschien een watermeloen, maar oliebollen, nee, dat smaakt toch een beetje raar.

Het gewone mannetje gaf daarom alle oliebollen maar aan de duiven om hem heen, zij vonden de oliebollen in ieder geval wèl lekker, want er kwamen er steeds meer aan gefladderd.

EEN BEZOEK AAN DE TENTOONSTELLING VAN DE KUNSTENMAKER
Heppie stond op, hij had ondertussen heel veel gedaan vandaag, en ook veel meegemaakt.
In ieder geval hij had gedaan wat hij moest doen, hij had een mooie bos tulpen gekocht, en wat er nu nog restte, was een bezoek aan de kunsttentoonstelling in het centrum van het dorp.
Want daar had hij over gelezen in de krant, en hij wilde het nu met zijn eigen ogen zien.

In het dorp woonde een beroemde kunstenaar in een heel oud huis. De beroemde kunstenaar had een project gemaakt dat heette: het breekbare mannetje.

Maar daar gaan we het de volgende keer over hebben, wanneer Heppie op bezoek gaat bij het kunstwerk:het breekbare mannetje.
Wat zou dat nou zijn? Ik ben ook benieuwd, want ik weet het ook nog niet.

HOOFDSTUK 5: HET BREEKBARE MANNETJE

HOOFDSTUK 5: HET BREEKBARE MANNETJE

Nadat het gewone mannetje zijn oliebollen had gegeten, wou hij nu gelijk even gaan kijken bij de kunstenaar van het dorp, waarover hij zoveel had gelezen in de krant. De kunstenaar woonde in een oud huisje aan de overkant van het marktplein, waar hij zijn werkplaats had.

De werkplaats van een kunstenaar heet een atelier, en zijn winkel een galerie, maar dat zijn woorden die eigenlijk alleen gebruikt worden door mensen die er verstand van hebben. De kunstenaar had van de gemeente de opdracht gekregen om een beeld te maken op het marktplein, zodat het niet zo leeg aanvoelde, als alle kramen weg waren.

De kunstenaar, die trouwens Artie heette, had de opdracht met beide armen aangepakt en hij maakte een standbeeld van een gewoon mannetje. Het standbeeld was niet van beton of staal of brons, maar van doorzichtig plastic. Het stelde een leuk klein mannetje voor, wat doorzichtig was, en in zijn lichaam had hij her en der allemaal vlinders verstopt, het leek of ze rondfladderden in zijn buik en hoofd en armen. De mensen vonden het een heel leuk beeld, en 's nachts werd het ook verlicht door vier schijnwerpers, zodat je alle kleuren van de vlinders goed kon zien in het licht, maar alleen als je heel dichtbij was.

Natuurlijk bedoelde de kunstenaar daar iets mee, want zo gaat dat met kunst: je moet het soms op een andere manier begrijpen. Hij zei: de vlinders betekenen dat dit mannetje inwendig allerlei ideeën heeft, en gedachten, en ze zitten van binnen, maar ze kunnen er niet uit. Eigenlijk betekent het dat het mannetje misschien wel oud er uitziet, maar vanbinnen is hij nog jong als een kind. 'Oh, zeiden de mensen, dàt had ik er nog niet in gezien.'

Maar iedereen vond het een goed beeld, en de krant was er ook heel lovend over. En nu wilde Heppie voor het eerst zelf een foto nemen, of in ieder geval eens van dichtbij naar het standbeeld kijken.

Maar toen het gewone mannetje aankwam op de plek waar het beeld zou moeten staan, zag hij alleen maar een paar losse armen en benen liggen van het plastic standbeeld. Ernaast stond het kunstenaarsmannetje, hij was bijna in huilen uitgebarsten, omdat zijn kunstwerk kapot was gegaan.
Het standbeeld was namelijk gesmolten door de warme zon, die heel de maand hard had geschenen, want het was een hele warme zomer geweest. En langzaam was het beeld gaan smelten, om te beginnen bij de voeten, en elke dag ging het beeld een beetje meer voorover gebogen staan. Maar dan bleef het toch weer staan, dus iedereen dacht: dat komt wel goed, iedereen neemt wel eens een andere positie in.

Ook de kunstenaar vond het eerst wel grappig dat zijn beeld van een gewoon mannetje een eigen wil had, en elke dag er iets anders bij stond. Maar op een dag, het was toen 31 graden 's middags, scheurde opeens het beeld doormidden, en smakte met een grote klap op de grond. En daardoor brak het wel in tien stukken.

Zijn hoofd rolde zo voor de voeten van het bloemenvrouwtje Pastel, die net bezig was om alle emmers met bloemen neer te zetten bij haar bloemenkraam. Ze gaf een gil van schrik en zette het op een lopen naar haar zusje Neon. Die was niet zo snel overstuur, en moest gewoon een beetje lachen, want ze zag dat het het hoofd was van het kunstwerk, het was gewoon een plastic hoofd, met vlinders erin. Ze pakte het hoofd op, en ging het terug brengen naar het huis van de kunstenaar Arty.

De kunstenaar was altijd gekleed in een grote cowboyhoed en grote rode cowboylaarzen. Daardoor kon je gelijk zien dat hij een kunstenaar was, en niet een gewoon mannetje, zoals Heppie.
Ook had de kunstenaar altijd een potlood achter zijn oor, zodat hij altijd een nieuw idee kon noteren, als hij door het dorp liep met zijn papegaai op zijn schouder.
Want daaraan kon je hem ook direct herkennen, aan de papegaai op zijn schouder. De papegaai riep heel de dag vieze woordjes naar de mensen, maar dat vonden de mensen niet erg, omdat het toch maar een papegaai was, die het niet meende.

Maar deze keer was de kunstenaar niet zo opgewekt, hij stond met zijn handen in de lucht te kijken naar zijn kunstwerk, wat nu in stukken op de grond lag en helemaal kapot.

Heppie kwam dichterbij lopen en hij zag wat er gebeurd was, en hij zei tegen Arty het kunstenaarsmannetje:'Ik kom je wel helpen. Laten we gewoon alle onderdelen meenemen naar je werkplaats, en dan gaan we gewoon alles weer aan elkaar vast lijmen, oké?'
'Ja maar, ik krijg hem nooit meer in elkaar zoals hij was!'
'Jawel,' zei het gewone mannetje, 'we gaan gewoon van vooraf aan beginnen, als jij de lijm gaat roeren in een pannetje, dan gaan we gewoon onderaan beginnen met zijn voeten.'
En zo gezegd, zo gedaan. Stukje bij beetje lijmden ze samen het beeld weer in elkaar.

Soms moet iets gewoon gelijmd worden, en daarna zie je er niks meer van.

Gaandeweg werd Arty, het kunstenaarsmannetje, weer vrolijk, toen hij zag dat het plan van Heppie werkte. Op het laatst zetten ze zijn hoofd weer op zijn romp, en je zag er niets meer van.


Het gebroken mannetje was weer heel, en er sterker uit gekomen, want waar het gelijmd is, zal het de volgende keer niet meer breken.
'Zie je,' zei Heppie,' 'ik zei toch, alles komt goed, gewoon je hoofd erbij houden.' 'Haha, ja in ieder geval niet je hoofd verliezen, zoals mijn beeld,' zei Arty, en hij moest zelf heel hard om zijn grapje lachen.
'Maar weet je wat je moet doen?,' zei Heppie, 'je moet eigenlijk een extra ondersteuning aan je beeld geven, zodat hij altijd rechtop blijft staan.' 'Of het nu regent of sneeuwt of heel hard waait.' 'Nee, dat wil ik niet,' zei Arty. 'Ik vind dat mijn kunstwerk puur en oprecht moet blijven, zonder fratsen.' ' Maar wat is er nu erg aan, als je beeld een beetje steun krijgt tegen de elementen?' vroeg Heppie. 'Je kan hem ook een wandelstok geven van koper of goud.'
'Een wandelstok van goud?', vroeg de kunstenaar verbaasd. 'Jawel, zodat hij altijd rechtop blijft staan in de regen en de wind.' 'Goed,' zei Arty het kunstenaarsmannetje uiteindelijk, terwijl hij nadenkend drieëndertig rondjes rond zijn kunstwerk had had gelopen met een peinzende kunstenaarsblik. 'Ik zal een wandelstok aan mijn beeld geven, ik ga het nu maken in mijn werkplaats.'
En even later kwam hij terug met een passende wandelstok van goud, die hij heel stevig vastmaakte aan de hand van het beeld.
'Zie je,' zei Heppie, 'nu zal je beeld niet meer omvallen, en in stukjes uiteenvallen, alleen maar omdat hij nu een beetje meer houvast heeft.'
Arty was zo blij met de goede raad van Het gewone mannetje, dat ze allemaal samen op de foto gingen, toen de fotograaf van de krant kwam, die het hele verhaal gehoord had.

Dus zo kwam het dat de volgende dag Heppie en Arty en het doorzichtige plastic beeld van een gewoon mannetje met vlinders in zijn buik, prijkte op de voorpagina van de Schubbestruweelse Courant.

Heppie was heel trots en de foto bewaarde hij heel goed in zijn doos voor dierbare dingen, waarin ook de foto van zijn buurvrouw zat. Maar dat is een ander verhaal en dat lees je in een ander hoofdstuk.

Ik hoop dat jullie het een leuk verhaal vonden en ook geleerd hebben dat je soms je beeld moet aanpassen, en ook dat voor alles een oplossing is, als je heel goed nadenkt...

 

HOOFDSTUK 6: DE BAL IS ROND

HOOFDSTUK 6: DE BAL IS ROND

Het gewone mannetje ging verder met zijn grote ronde door het kleine stadje.
De zon scheen prachtig en de vogeltjes floten.
Op een gegeven moment kwam hij voorbij de sportvelden, dat was niet toevallig, want hij liep over de Sportlaan, waar alle sportvelden netjes naast elkaar lagen: de tennisbaan, de hockeybaan, de voetbalvelden en de baan om jeu de boule te spelen voor de oudere mensen, die niet meer zo snel konden bewegen, maar nog wel lekker gezellig buiten wilden zijn.

Toen het gewone mannetje wat dicht bij het hek ging staan om de wedstrijd te bekijken, kwam er een jongen naar hem toe, die hij nog kende van de basisschool.
'Hé, Heppie! Wat leuk om jou weer eens een keer te zien!'
'Ben je nog steeds zo goed om ballen heel ver te schieten? Ik weet nog dat je eens de bal helemaal over de school schoot , en wij hem daarna kwijt waren, haha.'
'Ja, dat weet ik nog, zei Heppie, niemand kon hem meer vinden, en we zijn toen maar tikkertje gaan spelen tot het vijf uur werd, en we naar huis moesten om te eten.

'Ik zou wat aan je willen vragen, Heppie.'
'We hebben op dit moment eigenlijk geen keeper, dus op dit moment gebruiken we een vliegende keep, dat is een keeper die ook meedoet op het veld.
Maar dat is heel gevaarlijk, want dan staat er niemand in het doel, en is het wel heel makkelijk om een doelpunt te maken, natuurlijk.
Onze tegenstanders zijn de Belhamelse Boys. En het is heel erg belangrijk dat we deze wedstrijd winnen vandaag.
Dus ik wou je vragen:/Kun jij niet eventjes bij ons in het doel staan, zodat we tenminste echt eerlijk elf tegen elf kunnen spelen?/

Het gewone mannetje moest er even over nadenken, het was al lang geleden dat hij voetbal had gespeeld, zou hij het nog kunnen?
Maar, na een paar seconden nadenken zei Heppie:'Natuurlijk wil ik jullie wel helpen, ik vind het zelfs leuk dat je me niet vergeten bent.'

Heppie kreeg van een andere jongen een paar voetbalschoenen en een shirtje in de kleuren rood en geel, de kleuren van de club, waar hij nu ook lid van was.
Het gewone mannetje ging in het doel staan, en ging ook zijn spieren opwarmen door wild te dansen alsof hij het koud had.
Het was een goed gevoel, om weer een gewaardeerd lid te zijn van een team.
Mensen die hem nodig hadden en konden waarderen voor zijn kwaliteiten.
Hij hoefde maar weinig te doen, de bal was meestal aan de andere kant van het veld, waar zijn team veel druk zette op de tegenstander.

Constant waren er schoten op het doel,van de tegenstander, maar de meeste schoten waren te hoog of te laag of te zacht, dus het lang gewenste doelpunt bleef maar uit.
Het bleef maar steeds 0-0.
En ook was er niet veel speeltijd meer over.

Heppie hoefde zo weinig te doen dat hij bijna wel een stripboek van Suske en Wiske kon gaan lezen, of even een ijsje halen in het dorp.
Zo nu en dan moest hij een bal teruggooien naar de spelers in de verte, of een strafschop pareren, wat heel makkelijk was voor Heppie, hij had het na al die jaren nog steeds niet verleerd om zijn supersnelle reflexen te gebruiken, en er kwam geen enkel bal erdoor.

Toen er weer zo'n bal zijn richting kwam opgehobbeld, nam Heppie een besluit: hij nam een aanloopje en schoot met een prachtige boog de bal richting het doel aan de overkant.
Het was nu één minuut voor het einde van de tweede helft, en nog steeds was het 0-0 op het scoreboard.

Heppie keek de bal na, die over al de spelers van het veld vloog als een vogel.
Iedereen keek er naar, maar niemand kon er bij. En precies vlak voor het doel van de tegenstander stuiterde de bal op de grond, en maakt met een sprongetje een geweldig doelpunt.
Gelijk daarna ging het fluitje van de scheidsrechter, en was de wedstrijd afgelopen.

Zo had het gewone mannetje ervoor gezorgd dat zijn club gewonnen had.
Iedereen omhelsde hem, en iedereen juichte.
Ach, zei Heppie, 'Het ging eigenlijk per ongeluk. Maar misschien komt het omdat vandaag alles mee zit, en dat komt omdat ik met het goede been uit bed gestapt ben!'
'Ja, met je goede voetbalbeen, lachte zijn oude schoolvriend. Ga je mee de overwinning vieren in onze kantine?'
'Nee,' zei Heppie, 'ik moet nog zoveel doen vandaag, gaan jullie maar zonder mij feesten.'

Maar eerst nog een foto met het hele team!
'Oké, zei het gewone mannetje,' 'dat is goed, ik ben er nu al een beetje aan gewend.'

Dus daar stond Heppie, omringd door het hele voetbalteam, te glunderen en te lachen. Hij was de man van de wedstrijd, en eigenlijk kon hij niet eens voetballen, maar dat vertelde hij maar niet aan de krant.
Toen de fotograaf klaar was, pakte Heppie al zijn spulletjes op, niet te vergeten de hele grote bos tulpen, die hij had gekocht voor zijn lieve buurvrouw, en hij zwaaide nog één keer, toen ging hij weer op weg ging naar nieuwe avonturen, want de dag was nog niet om.


HOOFDSTUK 10: EINDELIJK THUIS

HOOFDSTUK 10: EINDELIJK THUIS

Het was al bijna avond, toen het gewone mannetje na een hele lange dag rondlopen in de stad, eindelijk naar huis toe ging. Hij had heel de tijd de bos bloemen bij zich gedragen voor zijn lieve buurvrouw en daarom hoopte hij maar dat hij haar nog zou ontmoeten. Want zij ging altijd heel vroeg naar bed.
Het was een hele lange en mooie dag geweest, en Heppie had heel veel goede dingen gedaan, of eigenlijk: ze waren hem overkomen.

Soms gaat namelijk alles goed, en hoef je niet eens moeite te doen. Dat komt omdat het gewone mannetje vanochtend met zijn goede been uit bed was gestapt. Zoiets kan je hele dag veranderen. Maar eigenlijk is het een uitdrukking, je moet het niet letterlijk nemen, het wil alleen maar zeggen dat alles je mee zit op die dag.

En inderdaad, toen Heppie de hoek om kwam van het straatje waar hij woonde, zag hij zijn leuke buurvrouw in haar tuin bezig. Ze was bezig om de heg te snoeien, en haar kat zat op de schommelstoel naar haar te kijken. Want katten doen de hele dag niets, behalve dingen observeren, daar zijn ze heel goed in.

Eindelijk zag zijn buurvrouw hem voorbij komen, en Heppie stopte bij het hekje van haar tuin, en haalde de grote bos tulpen tevoorschijn, die hij heel de dag met zich meegedragen had, speciaal voor haar. De buurvrouw ging gewoon door met haar heg te knippen, ze maakte mooie figuren in haar heg, in de vorm van grote bollen en vogels.

'Hé, buurvrouw! Kijk je wel uit dat je niet je neusje eraf knipt? Je bent zo fanatiek bezig, dat je bijna je eigen neus er af knipt, haha,' zei Heppie. 'Wees maar niet bang, hoor,' zei zijn lieve buurvrouw, ik weet precies hoe lang mijn neus is, en ik weet heel goed mijn schaar te hanteren.' 'Wat een mooie bos tulpen heb je daar bij je,' zei ze bewonderend. 'Ja, die zijn speciaal voor jou,' en met een grote zwaai gaf Heppie de bos tulpen aan haar.

Ze was helemaal verbaasd, ik wou eerst schrijven: -verbouwereerd-, maar dat woord kennen jullie waarschijnlijk nog niet, maar dat betekent hetzelfde als verbaasd. 'Waarom?' zei zij. 'Zoiets hoef je toch niet te doen?' 'Daarom juist,' zei Heppie, 'Het is gewoon omdat ik je al zo lang ken, en ik wou al zo lang eens met je praten.'
'Want ik wou je vragen of je voor altijd bij mij wil komen wonen.' 'Maar ik heb al een eigen huisje, en mijn kat wil nergens anders wonen dan hier.' 'Daar heb ik ook al aan gedacht,' zei het gewone mannetje, 'we laten gewoon jouw kat op je huis passen, en dan laat ik mijn poes ook bij hem wonen, zodat ze samen zijn en niet zo eenzaam zijn, is dat een goed idee?'

Ze moest eventjes lachen en zei: 'Nou, zoiets had ik niet verwacht vandaag, ik was gewoon rustig bezig met mijn tuin.' 'Maar ik denk dat ik gewoon ja zeg.' 'Want ik heb altijd al gewacht tot je eens een keertje naar me toe kwam.' 'En waarom heb je het vandaag gedurfd te vragen,' vroeg ze met een lach van oor tot oor. 'Nou, ik ben vandaag met mijn goede been uit bed gestapt, en daarom was het vandaag mijn gelukkige dag, en kon er niets mis gaan,' zei Heppi, glunderend van oor tot oor.

'Inderdaad, het onze gelukkige dag,' zei zijn buurvrouw lachend en blij. 'Weet je eigenlijk wel hoe ik heet?' vroeg ze. 'Nee, maar volgens mij zul je wel een hele mooie naam hebben, dat kan niet anders.' zei Heppie. 'Ja, ik heet Dorothea, maar iedereen noemt me gewoon Doortje, hoor.' 'Alleen als ik bij het gemeentehuis moet zijn, dan heet ik Dorothea.' 'Nou, naar het gemeentehuis gaan we niet vandaag, hoor, maar je weet maar nooit wat de dag van morgen nog brengt,' zei Heppie veelbetekenend. 'Maar als jij in mijn huisje woont, kunnen we gezellig samen eten, en samen in bad zitten op zondag.'

'Zo, jij hebt al alles uitgedacht,' zei Doortje een beetje plagend. 'Het enige wat we nog moeten doen, is al je spulletjes die je nodig hebt, verhuizen naar mijn huis.'
'Dat is geen probleem, hoor,' zei zijn lieve buurvrouw. 'Ik heb hier in de schuur een karretje, en ook heb ik bananendozen en aardappelkistjes, waar ik alles in kan doen.'
'Jij hebt volgens mij ook al lang plannen gemaakt,' zei Heppie lachend.
'Weet je wat, ik ga even naar mijn huis, om mijn boodschappen neer te zetten, en dan kom ik snel terug naar jou, om alles op je karretje te zetten, en dan zijn we misschien voor zessen al klaar.'

'Dat is een heel goed plan,' en gelijk begon zij haar belangrijkste bezittingen, zoals haar stoeltjes en tafeltjes en haar verzameling kleine olifantjes in te pakken in papier en bananendozen.
En natuurlijk nam ze ook haar mooiste kleren en schoenen en al haar boeken en platen mee van The Eagles, en The Beatles en The Doors, want zonder muziek kon zij niet leven.

De kat zag al de bedrijvigheid met een half slapend oog aan, hij bleef gewoon op zijn schommelstoel liggen en stak geen pootje uit om te helpen.

Een poosje later kwam het gewone mannetje weer terug, hij had zich eventjes opgefrist en zijn haar gekamd. 'Zo, jij bent snel terug,' zei Doortje. 'Ja, ik heb heel veel energie gekregen, en ik ben zo blij dat je bij mij komt wonen.' 'Volgens mij gaan we een gouden toekomst tegemoet.' 'Volgens mij ook, zolang we samen positief blijven denken, zal alles altijd goed gaan, daar geloof ik gewoon in.'
'En ik ben blij dat je het me eindelijk gevraagd hebt.' 'Ik zag je altijd maar voorbij lopen, maar ik zag ook dat je je altijd omdraaide, om te kijken of ik naar jou keek, en dat deed ik altijd, haha.'
'En kijk eens wat ik hier heb meegenomen in mijn kattenmand?'
'Hij is gewoon blijven slapen onderweg naar hier.' 'Dit is nou mijn poes, en ik zet haar dan maar even in de keuken, en geef haar wat melk te drinken, zodat zij zich gelijk thuis gaat voelen in haar nieuwe huis.'
'En ik hoop dat zij het goed kan gaan vinden met jouw kater, maar ik denk het wel, zij kent hem al van vroeger, als ze 's nacht op straat liepen als het volle maan was. Want alle katten van de buurt kennen elkaar, ook al doen ze soms heel hooghartig tegen elkaar.'

'Zo, je karretje is al behoorlijk vol, zullen we deze lading naar mijn huis brengen?' En samen trokken ze het karretje de weg op, en ze moesten allebei een beetje lachen, en ze waren helemaal niet moe, maar vol zin, omdat ze zo makkelijk een besluit hadden genomen. Daarna gingen ze nog één keer terug om de laatste spulletjes op te halen, zoals extra dekens en extra borden en lepels, en een paar stoelen voor in de woonkamer.

Toen alles zo een beetje ingericht was, werd het gewone mannetje opeens heel moe, toen hij in zijn blauwe leunstoel ging zitten. Doortje zei: 'Heb je slaap? Zullen we morgen verder praten?' 'Ja,' zei Heppie met een grote gaap, 'het was zo'n lange dag, en het is nu half twaalf in de avond. Maar het was één van de gelukkigste dagen van mijn leven.'
'Ik heb vissen het leven gered, ik heb de eenzame molenaar bezocht, ik heb een op hol geslagen robot gemaakt, ik heb tulpen voor jou gekocht, ik heb het belangrijkste doelpunt van het jaar gemaakt, ik sta op de voorpagina van de krant met de kunstenaar van het dorp en zijn beeld op het marktplein, en het allerbelangrijkste: ik heb jou een aanzoek gedaan, en je zei gelijk -Ja-, en nu woon je al in mijn huis!'
'Wat wil ik nog meer vandaag?'

'Nou, misschien een kusje van mij,' zei Doortje, en ze gaf Heppie een hele dikke smakkerd op zijn bolletje, tot hij helemaal rood werd en verlegen. En daarna gingen de gordijnen dicht en ging iedereen naar bed, het was een hele lange dag geweest.

Het was een hele lange gelukkige dag geweest voor het gewone mannetje, hij draaide zich nog één keer om in zijn grote bed en hij voelde zich heel, heel erg gelukkig. Want naast hem lag Doortje, die naar hem keek, en ook heel erg gelukkig was

IDEETJES VOOR TITELS

KINDERBOEKEN: (alleen nog maar ideetjes voor titels)

  1. een gelukkige dag van een gewoon mannetje
  2. kikkersoep is lekker
  3. de flippende fluitvogel
  4. de jongen uit Koeterwalië
  5. de kletsmajoor en de poetsenbakker
  6. de kat die nooit thuis was
  7. het hondje dat naar school ging
  8. mijn broertje is een robot
  9. zo te zien een gewoon meisje
  10. zultkoppen en jankeballen
  11. appelwangen en perzikhuidjes
  12. betoeterd!
  13. de betoverde toren
  14. de toverhoed
  15. de onzichtbare kat
  16. de koning(in) van de klas
  17. meneer X wacht op antwoord
  18. een moeder boven alles
  19. kan ik hem nog ruilen?
  20. de paniekvogel zegt help!

EEN GELUKKIGE DAG VAN EEN GEWOON MANNETJE

EEN GELUKKIGE DAG VAN EEN GEWOON MANNETJE