HIER HET LAATST GESCHREVEN HOOFDSTUK 8 complete roman elders op deze site

HOOFDSTUK 8: STARLESS AND BIBLE BLACK

Op een dag werd Elan wakker uit een verschrikkelijke droom, men kan beter zeggen een verschrikkelijke nachtmerrie.
In de droom beleefde Elan zijn toekomst.
Of was het wel een droom? Misschien was het een geavanceerde boodschapper uit de toekomst die Elan voortijdig wilde waarschuwen.

De droom ging als volgt:
Elan was in de droom dertig jaar ouder.
Hij was niet getrouwd met Misty, hij was geen beroemde schrijver en zijn baanbrekende roman was een flop gebleken.
Tot zijn verbazing werkte hij als procesoperator in een plastic fabriek.
Daar stond hij de gehele dag omsingeld door grommende en gonzende machines. De machines persten met onmenselijke snelheid lange spaghettislierten plastic uit, in alle kleuren van de regenboog.
Elan moest toezien dat het proces foutloos verliep. Met subtiele aanpassingen kon hij de druk, snelheid en temperatuur van het proces controleren, hij moest constant de productie in de gaten houden.
Soms stagneerde er iets in de productieketen, en moest hij razendsnel zijn machine stopzetten, maar ondertussen kotste de machine zijn gehele werkvloer vol met gloeiendhete draden van gesmolten plastic, die zich ophoopten in de meest fantastische verwrongen figuren. Later moest hij dan alles losbikken en opruimen, dat waren dagen die heel zwaar waren.

Hij verdiende er een redelijke boterham mee, maar zijn collega's leken van een andere planeet te komen.
In de pauze hadden ze verhalen over voetbal, hun caravan, een programma op TV of hun nieuwste tatoeage.
Elan voelde zich verdwaald in het verkeerde leven.Maar hij kon nu niet meer terug. Hij moest een gezin onderhouden. Hij moest verantwoordelijk zijn en een huisvader waar iedereen op kon bouwen.
Zijn huwelijk was eigenlijk ook al geen succes. De voortekenen waren er al geweest op de dag des oordeels van het trouwfeest.
Hij wou voor zijn traditionele ouders een traditioneel bruiloftsfeest organiseren, misschien zou dat alles goedmaken.


Ook al was Elan in feite hartstikke gelukkig geweest in een hutje op de hei, maar op een gegeven moment was er geen weg meer terug, zonder te erkennen dat alles heel de tijd een leugen was geweest.
Plastic bestek, een plastic glimlach, en een plastic handdruk van plastic familie en vrienden die hij niet eens kende.

In de nachtmerrie kwam Elan thuis van zijn werk. Hij zag op straat diverse onbekende auto's staan van bepaalde instanties.

Toen hij bij zijn huis was aangekomen, werd hij opgewacht door een oudere grijzende politieagent die hem tegenhield. Hij vroeg hem om rustig te blijven en vooral mee te werken.

"Geloof me, u kunt niets doen," zei hij enigszins vaderlijk tegen Elan. "Zo gaat het altijd."

"Waaraan meewerken?" vroeg Elan hoogst verbaasd.
"Aan de aan de huisuitzetting van uw vrouw en kind."
"Hier zijn de getekende autorisaties, dus in uw belang is het beter dat u gewoon meewerkt." "Wat heb ik gedaan dan?" zei Elan.
"U wordt beschuldigd van huiselijk geweld en bedreiging van uw vrouw en kind. Daarom wordt per onmiddellijke ingang uw contact met hen ontzegd en uw vrouw wordt tijdelijk opgevangen in een blijf van mijn lijf huis."

"Ik heb nooit, nooit ook maar een vinger naar hun geheven, wat is dit, waar komt dit vandaan?"

"Ik wil mijn vrouw spreken, waar is mijn kind!"
"Ja, daar is het nu te laat voor, meneer. "Blijft u rustig, dan gebeurt er niets." "Gaat u dat niet doen dan zal ik u helaas moeten aanhouden. En daar komt dan nog bovenop de andere gerechtelijke aantijgingen..."
"Gerechtelijke dwangbevelen? Wat is dit?" Elan was verbijsterd.


Toen de sociale werkster en de medewerkers van de kinderbescherming naar buiten kwamen, zag hij hoe zijn kind van vijf jaar tussen twee dames liep, die hem aan de hand mee namen, terwijl ze enthousiast met hem aan het babbelen waren, want dat was hun werk, en daar waren ze voor opgeleid.
Zijn kind keek niet eens om naar zijn vader. Zijn vrouw keek hem aan met een triomfantelijke blik van: zo, dat komt er nu van...
Elan stond op zijn benen te trillen, zijn wereld schudde op zijn grondvesten. Hij had de perfecte wereld om zich heen gecreëerd van huiselijk geluk, rechtstreeks uit de IKEA folder, en dit werd nu door de hogere machten gezien voor wat het was: een nep fake schijnvertoning, een bittere klucht voor twee personen. Dit is wat je krijgt als je vals speelt met de liefde. Dit is wat je krijgt als je te laf bent om te leven.

Toen iedereen verdwenen was en Elan in de stille kamer van zijn huis ging zitten op zijn vertrouwde plekje, schuin bij het raam, zag hij dat alle foto's ook waren meegenomen.

De fotolijsten van de HEMA hingen nu leeg aan de muur. Als een stil verwijt staarden de lege fotolijstjes hem aan, kijk eens wat je gehad had kunnen hebben, maar niet waard bent bevonden.
Niet eens een herinnering mag je hebben, een loser eerste klas ben je. En je hebt het verdiend. Je weet het wel...

Zijn hondje kwam aangetrippeld, hij had zich heel de tijd onder het bed verstopt, omdat hij bang was voor vreemde mensen, maar nu kwam hij naar Elan toe,

"Kom, kom hier, kom dan!" en hij klopte het beest op de rug.
Hij pakte het trouwe dier op, zette het op zijn schoot en drukte zijn gezicht diep in de warme muskusachtige vacht van het dier.
"Je bent nu alleen hier, je roedel is vertrokken," praatte Elan zacht tegen het hondje.
Elan slikte zijn verdriet weg en nam zijn gebruikelijke "me against the world" houding weer aan.
"Oké hondje,jou tijd is ook gekomen, oké? Alles is kapot, alles is kapot, alles moet kapot, oké? Je ontkomt er niet aan. Ik kapot, gezin kapot, jij kapot, alles kapot, oké?
Maar je bent altijd een lieve hond geweest. Maar daar wordt niet naar gekeken tegenwoordig."

En zo raaskalde Elan als een gestoorde waanzinnige tegen het dier, die kwispel;end naar hem op keek.

Hij zocht de halsband van het hondje, en vertrok resoluut naar buiten.


Het hondje genoot van de lange wandeling naar de dierenarts, het was een prachtige nazomerdag.


Het stoffige licht van augustus gaf alles een gouden gloed. De bladeren en de bomen waren moe van de zomer. De mensen waren bruin.
De kinderen waren uitgeput van het lange spelen en de ijsjes. De planten hadden hun energie uit de aarde en de zon gezogen en weer een jaarring toegevoegd.

Voor de meeste mensen is het leven makkelijk als dat.


Toen ze bij de dierenarts waren aangekomen aarzelde het hondje instinctief om binnen te gaan.
Elan trok hem hard aan de lijn naar binnen. Een satanische wreedheid op zijn gezicht. Wraak, waarom wraak op de onschuldigen?
"Juist op de onschuldigen," dacht Elan.
"Juist de onschuldigen moeten boeten."

 Elan zat in de wachtkamer, er wachtten mensen, de één met een schildpad, de ander met een konijn in een kooitje.

Mensen wilden een gesprekje aanknopen over van alles, zoals gebruikelijk is met mensen in een ietwat rare situatie. Maar Elan was geen mens meer, hij was ontmenselijkt.
Elan wou geen gezellige gesprekjes. Elan wou dood. Haat, woede, verdriet en dan weer haat, dat was de enige cirkel van gedachten die ronddraaide in zijn brein.


Toen hij bij de dierenarts binnengeroepen werd, zij deze: "Wat een leuk hondje! Hier, een koekje voor jou. Wat een leuk hondje meneer, staat uw hondje al genoteerd in onze computer?"

"Nee, nog niet" zei Elan.

"Mijn hondje vertoont allerlei vroegtijdige ouderdomsgebreken. Hij laat zijn urine lopen, hij is doof geworden. En hij piept van reumatische pijnen wanneer hij de trap loopt. Het is misschien het beste om hem toch maar uit zijn lijden te helpen.

"Hoe oud is je hondje?"

"Ongeveer 10 jaar," zei elan.

"Oh, dat is nog jong voor dit ras."
"Ja," zei Elan, "het is inderdaad wel jong voor dit ras. Misschien is hij doorgefokt, want hij heeft veel pijn en hij jankt heel veel."

"Dus u wilt hem uit zijn lijden verlossen?" zei de dierenarts enigszins argwanend, terwijl hij naar het kwispelende hondje keek.

"Ja graag," zei Elan. Als gebaar van goede genade."

De kosten zijn hiervoor € 80 à 100 Euro. En extra kosten voor een begrafenis of een crematie als u dat wilt."

Ja, oké, oké en wanneer kan het gebeuren?"

"Wilt u het nu? Bent u er klaar voor? Dan kan het nu gebeuren,dan maak ik nu de spuit klaar.

"Oké hondje, kijk me niet zo aan. Ja,je bent een lieve hond, het is beter zo. Later zul je het begrijpen. Ok, dan ben je dood, en hoef je het niet meer te begrijpen. Sorry. Je bent heel lief, dat is het niet."

"Dokter, ik laat hem dan maar bij u. Ik kan betalen bij de receptioniste, zei u?"

"Ik kan het niet meer aanzien, ik moet gaan, ok?" en Elan draaide zich abrupt om en stond binnen twee minuten buiten . Op straat hing nog steeds de drukkende augustus hitte.

Nu dit achter de rug was had Elan trek gekregen. Hij liep naar zijn favoriete Chinese restaurant.

Hij nam menu nummer 43, babi pangang, troostvoedsel zoals troostvoedsel bedoeld is.
De chinees achter het luikje hakte en bakte in een oogwenk de maaltijd bij elkaar, sneller dan een pandascheet stond zijn maaltijd gewikkeld in papier voor hem klaar.

 

Hij betaalde en vroeg ook een plastic lepel erbij.

Hij ging naar het park, hij zocht een plek om tot rust te komen.

Hij was een geestelijk wrak, een tijdbom, een blindganger die op scherp stond.

Hij ging zitten op een houten bankje bij het water.
Met een plastic lepel ging hij het eten naar binnen werken. De geur van de bami deed hem kokhalzen.
Hij kreeg bij elke hap die hij nam een brok in zijn keel,zijn ogen vulden zich met onstuitbare tranen en hij kreeg de hap eten niet naar binnen. Hij spuugde het op de grond.
Van alle kanten kwamen er eenden en andere vogels op af.

Elan gooide lepel na lepel richting de vogels, die gingen vechten om de witte slierten meelspijs.
Elan kreeg er bijna plezier in.


Hij gooide steeds fanatieker de bamislierten in het rond, van alle kanten kwamen eenden en kraaien aangesneld.
Als een crazy Jesus stond Elan in een kring van dieren, waartegen hij aan het oreren was."Dat is alles wat jullie interesseert: vreten en vreten, en fucken. Vreten en fucken. Fuck a Duck. Dat zijn jullie!"
"Ja, ik ben een dierenvriend, ja ik ben een dierenvriend. Ik ben Jezus de dierenvriend. Ik ben gek, ik ben crazy, ik ben kapot, ja wat maakt het uit!"

Een oud vrouwtje van middelbare leeftijd kwam met haar poedeltje zijn kant op.

"Meneer, meneer. U mag de eendjes hier niet voeren!"

"Ik mag de eendjes niet voeren. Ik mag de eendjes niet voeren? Hij keek met briesende neusgaten de vrouw aan.

De vrouw was blijkbaar geboren met een Asperger autisme syndroom, want ze kon de uitgezonden non"verbale signalen niet lezen.

 "Ok,goed, kijk,wat ik met mijn eten doe!"

En Elan smeet de complete plastic witte bak met bami richting de snaterende vrienden.

"Ik mag geen afval in het park gooien. Ik mag geen afval in het park gooien. Dat weet ik. Dat weet ik. Dat mag niet, dat mag niet, dat mag niet. Dat weet ik. Ik doe het toch, ik doe het toch. Niet goed, toch? Niet goed."

"Ik ga de politie bellen," zei het oude vrouwtje kordaat.

"Ok, ok zei Elan, " bel de politie, bel de politie, bel de FBI en de CIA, bel de koningin, bel iedereen, bel het leger. Laat ze me arresteren, laat ze me in de kerker gooien, ok. Met plezier.
Laat ze me terechtstellen. Ik wil de doodstraf, oké?"
"Ik wil graag de doodstraf."
Ik wil de ouderwetse doodstraf. Ik heb de doodstraf verdiend. Ik wil terechtgesteld worden, maar ik wil niet gehangen worden, ik wil niet opgehangen worden.
Want ik vind dat zo'n langdradig gedoe. Met zo'n touw.
Ik wil gewoon een ouderwets vuurpeloton en geen blinddoek, nee, geen blinddoek. Dat is een laatste wens. Ik wil mijn lot recht in de ogen kijken.
Ik heb het verdiend! Alstublieft meneer, schiet me neer, maakt me dood, ik vind het oké, ik vind het best. Mijn tijd is gekomen. ik kan er niks meer aan toevoegen, het is voorbij, het is voorbij!"

  "U bent gek meneer, u bent gewoon gek, ik bent compleet mesjogge!!", ze moeten u opsluiten in een gesticht!!," zei het oude vrouwtje.

"Ik ben niet gek, ik ben niet gek. Ik ben gewoon een robot met een klein defect. Ik ben een robot met een kleine programmafout. Maar ik ben nog perfect inzetbaar voor routinematige productiewerkzaamheden. Het is niet nodig om mij op de schroothoop te gooien."

"U bent gek," meneer, "u bent helemaal gek!" "U heeft gelijk, mevrouw. U heeft volkomen gelijk. Ik weet het, ik ben gek."

Elan ging naar huis, hij had zijn plan gemaakt, nu alleen de brute uitvoering nog.

Hij zou het nooit kunnen winnen van de leugen, het zou nooit kunnen baten, zelfs met de duurste advocaten. Ook al had hij nooit zijn vrouw geslagen; de instanties hadden blijkbaar anders beslist.

Langzaam liet hij zijn hand glijden onder het honderdjarige houten dressoir, een erfstuk van zijn ouders.
Daar had hij met ducttape iets vastgeplakt.
Het was in een theedoek gewikkeld en omwikkeld met de nog meer lagen ducttape. Hij trok het plakkerige geheel uit elkaar, het was zwaar en rook naar olie en vet.

Het was een pistool, een FN Browning met drie 9 mm parabellum patronen.

Het was overvloedige ingevet om langdurig te kunnen bewaren, en Elan had het al die jaren nooit aangeraakt.
Dertig jaar had het stuk metaal trouw op hem gewacht, met het geduld van de dood.

Elan laadde de drie patronen in het magazijn. "In de naam van de vader, de Zoon, en de Heilige Geest," murmelde hij voor zich uit, en terwijl hij "Amen" zei, klikt hij het magazijn in de handgreep.
Hij ij haalde een paar keer het mechanisme heen en weer en ging zitten voor zijn computer.
Hij moest huilen en lachen tegelijk. Routinematig ging hij zijn favoriete websites nog bekijken, hij vergat bijna dat hij een geladen pistool in zijn hand had, maar hij begreep niet de woorden die hij las.
Hij was gewend om hier te zitten, dit was zijn meest gelukkige plek.
Maar aan alles komt een eind.
Vroeger of later.
"Ik heb het geprobeerd," bracht hij uit."Ik heb het echt geprobeerd,"

"Dat is het dan!"
Hij zette het wapen in zijn mond, de smaak van machineolie was het laatste wat hij proefde, de smaak van moedermelk was het eerste wat hij proefde. Hij stootte met de loop van het pistool tegen zijn tanden.
"Kijk uit voor je gebit! Kijk uit voor je gebit, je moet er nog jaren mee doen!" echode een stem uit het verleden, die hem overal vergeefs voor had gewaarschuwd.
Zie wat er van hem geworden is.

Hij moest lachen als een waanzinnige en zei hardop: "gewoon doen, oké" en met de tranen in de ogen haalde hij de trekker over.


"Klik, " en niets gebeurde. Elan kon zich nog net op tijd beheersen om geen tweede trekkerbeweging te doen.
Het rijkelijk toegepaste vet in het pistool had er voor gezorgd dat de slagpin weigerde.

Elan huilde zoals hij had moeten huilen toen hij een kind was, en hij huilde minutenlang tot alles op was.
Toen hij eindelijk stopte en hij naar zijn handen staarde, legde hij eindelijk het dodelijke wapen weg.

Uit veiligheidsoverwegingen draaide hij de loop ver van hem af, hij wou niet dood, nu niet meer. Hij moest er om grimlachen.

Elan werd badend in het zweet en met een schreeuw wakker. Het had die nacht geonweerd, de spanning was uit de atmosfeer, en de alles was klaar voor een nieuw begin. Hij zette de verandadeuren naar de tuin wijd open en ademde diep de koele en ozonrijke morgenbries in.